1. Home
  2. Dagelijks leven
  3. Ouders
  4. Ouders

Ouders

Vaders met hemofilie

Wanneer u als vader het hemofilie-gen heeft, dan kan u dit aan uw kinderen doorgeven. Uw zonen zullen geen hemofilie hebben, maar uw dochters zullen draagster zijn van het hemofilie-gen. Dit betekent dat zij op hun beurt kinderen op de wereld kunnen brengen met hemofilie.

Vrouwen die het hemofilie-gen dragen

Als uw vader hemofilie heeft, bent u draagster van het hemofilie-gen. Als een ander familielid (uw moeder, een grootvader, een oom) hemofilie heeft of draagster van het hemofilie-gen is, kan het zijn dat u ook draagster bent van het gen.

Symptomen bij draagsters van de ziekte zijn zeldzaam. Het gaat vooral om:

  • overvloedige maandstonden
  • hoger risico op bloedingen in speciale situaties (inname van medicijnen die inwerken op het stollingsmechanisme, operaties, letsels, ongevallen)

Hoe komt u te weten of u draagster bent?

Als uw familie een voorgeschiedenis van hemofilie heeft, dan kan de arts onderzoeken of u het hemofilie-gen draagt. De arts zal de familiestamboom analyseren en indien noodzakelijk genetische tests uitvoeren om het gehalte aan stollingsfactoren in uw bloed te bepalen.

U zou graag moeder worden

Als u draagster bent van het hemofilie-gen, vreest u misschien dat u deze ziekte zult overdragen op uw kinderen.

Een specialist zal u alle nodige genetische informatie kunnen geven en u adviseren over de verschillende mogelijkheden die u ter beschikking hebt:

  • Op de natuurlijke manier een kind ter wereld brengen, met de kans dat deze zoon hemofilie heeft of deze dochter het hemofilie-gen draagt
  • Op de natuurlijke manier zwanger worden en een prenatale diagnose laten uitvoeren
  • Een pre-implantatie genetische diagnostiek ondergaan (PGD)
  • Een kind adopteren

Wanneer een draagster van het hemofilie-gen zwanger wordt, is er een specifieke opvolging nodig en moeten bepaalde voorzorgsmaatregelen in acht worden genomen om het goede verloop van de zwangerschap te garanderen.

Pre-implantatie genetische diagnostiek (PGD)

Een PGD laat toe om op het niveau van de embryo’s genetische problemen op te sporen zoals hemofilie, of het geslacht van het embryo. Een PGD bestaat uit een biopsie van de pre-embryo’s, gevolgd door een bevruchting in vitro en, indien mogelijk, gericht op het selecteren van twee embryo’s zonder hemofilie om deze hierna in de uterus (baarmoeder) in te planten in de hoop dat zij hier groeien. De slaagkans van een PGD is ongeveer 20%. PGD wordt nog altijd beschouwd als een experimenteel programma en is in sommige landen verboden door de wet of uitgebreid gereguleerd.

Prenatale diagnose van hemofilie

Een prenatale diagnose van hemofilie laat toe om bij de baby hemofilie op te sporen of uit te sluiten. Door het op te sporen kan me de consequenties anticiperen, maar het kan bepaalde risico’s met zich meebrengen voor de foetus.

Hoewel het niet mogelijk is om hemofilie te genezen, bieden de huidige behandelingen toekomstperspectieven en zorgen ze ervoor dat de kinderen die het hebben een bijna normaal leven kunnen leiden.